In november 2025 heeft u een eerste inschatting ontvangen van uw pensioen in de nieuwe pensioenregeling. Eind juni 2026 ontvangt u opnieuw een berekening van uw pensioen in de nieuwe regeling. Deze tweede berekening hebben we gebaseerd op de daadwerkelijke verdeling van het fondsvermogen. In deze tweede berekening ziet u ook het kapitaal waarmee u bent gestart, als u nog niet met pensioen bent gegaan.
We hebben de eerste en tweede berekening gebaseerd op een aantal uitgangspunten en aannames. Dit zijn de belangrijkste:
Geen veranderingen in de pensioenregeling tot uw 68e
We zijn er bij de berekening vanuit gegaan dat de regeling die vanaf 1 januari 2026 geldt niet meer verandert. Dat betekent ook dat we ervan uitgaan dat de afspraken over de inleg voor uw pensioen niet veranderen. In de praktijk kan het natuurlijk wel zijn dat de pensioenregeling na verloop van tijd weer aangepast wordt.
Geen veranderingen in uw privé situatie
We zijn er voor de berekening vanuit gegaan dat u voor uw 68e niet arbeidsongeschikt wordt, uit dienst gaat, gaat scheiden of overlijdt. Heeft u echter geen partner (of is geen partner bij ons bekend), dan zijn we er voor het partnerpensioen wel vanuit gegaan dat u een partner heeft op het moment dat u uw pensioen laat ingaan. Is dat op het moment dat u uw pensioen laat ingaan niet zo? Dan valt het pensioen voor uzelf hoger uit.
Mogelijk laat u uw pensioen eerder of later ingaan dan op uw 68e. of gaat u uit dienst. Daardoor kunnen de bedragen (heel) anders uitvallen.
Datum waarop de berekening is gebaseerd
De eerste berekening was gebaseerd op de financiële situatie op 30 juni 2025. Verder keken we naar de stand in de administratie (uw persoonsgegevens en de gegevens met betrekking tot uw werk) op 1 oktober 2025. Deze data liggen enkele maanden voor de datum van de daadwerkelijke overgang naar de nieuwe regeling. Alle veranderingen na 1 oktober 2025 hebben we niet meegenomen bij de eerste berekening. Veranderingen na die data kunnen van invloed zijn geweest op de hoogte van uw pensioen.
Voor de tweede berekening zijn we uitgegaan van de financiële situatie op 31 december 2025. We keken ook naar de stand van de administratie op die datum. Op 1 januari 2026 is een aantal zaken anders, waardoor de tweede berekening anders uitvalt:
- De dekkingsgraad op 31 december 2025 is hoger dan op 30 juni 2025.
- De rente was op 31 december 2025 hoger dan op 30 juni 2025.
Ontwikkelingen in de toekomst
Bij de berekening van de bedragen rekenen we met de ‘uniforme rekenmethode’. Alle pensioenfondsen in Nederland gebruiken die methode, waardoor bedragen vergelijkbaar zijn. We berekenen uw verwachte pensioen en uw pensioen als het heel erg meezit en heel erg tegenzit aan de hand van een tabel. De Nederlandsche Bank levert elk kwartaal een update van deze tabel aan. De tabel bevat 2.000 scenario’s voor de toekomst. Elk scenario bevat een combinatie van een bepaalde ontwikkeling ten aanzien van het rendement op de aandelen, de rente en de stijging van de prijzen. De scenario’s lopen uiteen van uitzonderlijk positief tot uitzonderlijk negatief. We tonen het verwachte pensioen, het pensioen als het heel erg meezit en het pensioen als het heel erg tegenzit op basis van de uitkomsten in al deze scenario’s.
De eerste berekening is gemaakt met de tabel (scenarioset) die gold op 1 oktober 2025. De tweede berekening hebben we gemaakt met de tabel die op 1 januari 2026 gold.
We gaan er bij de bedragen mét koopkracht vanuit dat de prijzen stijgen én uw salaris geleidelijk stijgt
Om een goed beeld te geven van uw pensioen mét koopkracht, kijken we naar de verwachte stijging van de prijzen. We gebruiken hiervoor een tabel van De Nederlandsche Bank. We houden ook rekening met een stijging van uw salaris tot uw 68e. Daardoor stijgt de inleg voor uw pensioen elk jaar een klein beetje. Zo zorgen we ervoor dat het pensioen mét koopkracht zo realistisch mogelijk beeld geeft.
Het omrekenen van het (verwachte) kapitaal naar een pensioen
We berekenen met de tabel van de Nederlandsche Bank (zie het eerdere punt) uit wat het verwachte kapitaal is op uw 68e. Alle 2000 uitkomsten hebben we omgerekend naar een pensioen. Deze 2000 pensioenen hebben we op een rij gezet. De 100e uitkomst, de 1000e uitkomst en de 1900e uitkomst tonen het pensioen als het heel erg tegenzit, het verwachte pensioen (de middelste uitkomst) en het pensioen als het heel erg meezit.
Bij het omrekenen van een kapitaal naar een pensioen, werken we met een ‘inkoopfactor’. Deze hangt onder andere af van de rente, de verwachte opbrengst van de beleggingen in de toekomst, de verwachte stijging van de prijzen in de toekomst, de levensverwachting en – in de toekomst – de verhogingen en verlagingen die we nog moeten verwerken (zie de uitleg over het verdelen van de verhogingen en verlagingen over meerdere jaren: aanpassen van de pensioenen)
Ook al zijn er nu nog geen verhogingen en verlagingen, we hebben al wel een inschatting gemaakt van de verhogingen en verlagingen in de toekomst.
Heeft u vragen over de uitgangspunten en aannames voor de eerste en tweede berekening?
Neem dan gerust contact met ons op.