Toelichting op de berekening

U heeft een eerste inschatting ontvangen van uw pensioen in de nieuwe pensioenregeling. Naar verwachting ontvangt u in juni 2026 opnieuw een berekening van uw pensioen in de nieuwe regeling. Deze tweede berekening baseren we op de daadwerkelijke verdeling van het fondsvermogen. In deze tweede berekening ziet u ook het kapitaal waarmee u bent gestart. 

We geven hier meer uitleg over deze berekening aan de hand van een aantal veel gestelde vragen.

Bekijk ook de andere pagina's:

Veelgestelde vragen over de nieuwe pensioenregeling

Omzetten van uw pensioen

Aannames en uitgangspunten voor de berekening

 

 

Een toelichting op de eerste berekening van uw pensioen in de nieuwe pensioenregeling

Waarom is mijn pensioen berekend als het ingaat op mijn 68e?

Dit is een wettelijke verplichting. Pensioenfonds Zuivel moet het ‘reglementair te bereiken pensioen’ laten zien. Dat is het pensioen dat u naar verwachting ontvangt op de leeftijd die in het pensioenreglement staat. In de pensioenregeling van Pensioenfonds Zuivel is dat 68 jaar. Dit is de ‘reglementaire pensioenleeftijd’.

De reglementaire leeftijd is niet de leeftijd waarop het pensioen automatisch ingaat, of moet ingaan. Het is de leeftijd waarop hoe dan ook de inleg stopt (ook als u doorwerkt). Iedereen bepaalt zelf wanneer hij of zij het pensioen laat ingaan. De inleg stopt ook u uit dienst gaat.

In de planner op de website kunt u zien wat het verwachte pensioen is als het op een zelfgekozen leeftijd ingaat. 

Waarom kan Pensioenfonds Zuivel nog niet zeggen hoeveel mijn pensioen precies wordt?

Een belangrijk verschil met de oude pensioenregeling is dat u geen opgebouwd pensioen meer heeft, maar een kapitaal heeft voor uw pensioen. Het kapitaal waarmee u start, baseren we op het pensioen dat u op 31 december 2025 had opgebouwd of ontving. Het kan zijn dat het kapitaal waarmee u start iets hoger of lager is dan de waarde van dit pensioen. Bij de start verdelen we namelijk het totale vermogen dat we beheren over iedereen met een pensioen bij Pensioenfonds Zuivel.

De sociale partners (de werkgever en vertegenwoordigers van de werknemers) hebben afgesproken hoe het geld verdeeld moet worden. Afhankelijk van hoeveel geld het fonds had op 1 januari 2026, gaat er een deel naar een reserve. We hebben even tijd nodig om te weten wat precies de waarde is van alle beleggingen. We weten dan ook hoeveel pensioen iedereen op dat moment heeft opgebouwd. Zodra deze administratie helemaal rond is, krijgt u opnieuw een berekening van uw pensioen.   

Waarom zie ik mijn pensioen mét en zonder koopkracht?

We kunnen uw pensioen op twee manieren uitrekenen: mét en zonder koopkracht.

Uw pensioen zonder koopkracht is het bruto pensioen dat u naar verwachting ontvangt. Uw pensioen mét koopkracht is handig als u wilt weten of u kunt rondkomen met uw pensioen. U kunt dat bedrag vergelijken met de prijzen of uw uitgaven op dit moment als u wilt nagaan of u later kunt rondkomen met uw pensioen. U hoeft niet meer te bedenken dat de prijzen nog gaan stijgen. Dat zit verwerkt in het bedrag.

Hoe werkt dat? Een voorbeeld: Een kilo appels kostte vroeger 1 euro. Op dit moment betaalt u al meer dan 2 euro. En als u met pensioen bent, kost een kilo appels misschien wel 4 euro. Het stijgen van de prijzen heet ‘inflatie’.

Als uw pensioen bijvoorbeeld straks 20 euro per maand is, lijkt het (met de prijzen van nu) alsof u straks 10 kilo appels kunt kopen. In werkelijkheid is het minder: u kunt dan met 20 euro maar 5 kilo appels kopen. Een kilo appels kost straks immers 4 euro.

Uw pensioen zonder koopkracht is in dit voorbeeld 20 euro. Uw pensioen mét koopkracht 10 euro.

Als u ouder wordt, gaat het bedrag ‘met koopkracht’ steeds meer lijken op het bedrag dat u straks daadwerkelijk krijgt. Het verschil tussen ‘nu’ en ‘straks’ wordt steeds kleiner.

Waarom is het opgebouwde pensioen in de nieuwe pensioenregeling zonder koopkracht zoveel hoger?

Het pensioen ‘zonder koopkracht’ is het bedrag dat u naar verwachting bruto krijgt. We houden bij dit bedrag geen rekening met de verwachte stijging van de prijzen. 

Er zijn drie belangrijke verschillen tussen ‘oud’ en ‘nieuw’:

  • Het eerste verschil heeft te maken met de manier waarop we het bedrag moeten berekenen. In de oude pensioenregeling wisten we hoeveel pensioen iemand opbouwde met de inleg. Ieder jaar werd een klein deel van het te bereiken pensioen opgebouwd. We mochten geen inschatting maken van de verhogingen in de toekomst. Verhogingen door een verwachte opbrengst van de beleggingen namen we dus niet mee. Het is een ‘voorzichtige’ inschatting.

In de nieuwe pensioenregeling bouwt u geen pensioen op, maar een kapitaal voor pensioen. Als we een inschatting maken van het kapitaal als u 68 jaar bent en het pensioen dat dat kapitaal oplevert, moeten we rekenen met de verwachte opbrengst van de beleggingen. Door deze andere manier van rekenen valt het pensioen zonder koopkracht in de nieuwe pensioenregeling hoger uit. 

  • Een tweede verschil zorgt er juist voor dat het pensioen (zonder en met koopkracht) in de nieuwe pensioenregeling lager is. Bij ‘nieuw’ houden we namelijk rekening met het partnerpensioen. Een deel van het kapitaal gebruiken we voor een partnerpensioen dat 70% is van het pensioen voor uzelf. Bij ‘oud’ houden we geen rekening met de omzetting van een deel van het pensioen naar partnerpensioen.
Hoe weet Pensioenfonds Zuivel wat de uitkomst is als het heel erg meezit en als het heel erg tegenzit?

Economen hebben nagedacht over wat er in de toekomst kan gebeuren. Zij hebben 2000 mogelijke ‘toekomsten’ bedacht. In die toekomsten is de rente hoog of laag, de beleggingen vallen mee of juist tegen. En de prijzen stijgen of ze stijgen niet. We rekenen steeds uit hoe hoog uw pensioen uitvalt in elke toekomst. Elk kwartaal worden de uitgangspunten voor deze 2000 toekomsten bijgewerkt, zodat ze aansluiten bij de huidige economie en wat er kan gebeuren in de toekomst. De toekomsten moeten zo realistisch mogelijk zijn.

Wat betekent 'als het heel erg meezit' en 'als het heel erg tegenzit'?

Economen hebben nagedacht over wat er in de toekomst kan gebeuren. De rente kan omhoog of omlaaggaan, de opbrengst van de beleggingen kan mee of tegenzitten. En de prijzen kunnen (hard) stijgen of juist niet.

Economen hebben 2000 combinaties gemaakt van de rente, de opbrengst van de beleggingen en de stijging (of daling) van de prijzen. We hebben uitgerekend hoe hoog het pensioen uitvalt in elke toekomst. Alle uitkomsten zetten we op een rij. De meest slechte en de meest positieve uitkomsten laten we niet zien, omdat die heel extreem zijn. 

‘Als het tegenzit’ is de 100e uitkomst. 99 uitkomsten (5%) zijn slechter. En ‘als het meezit’ is de 1900e uitkomst. 100 uitkomsten (5%) zijn nog beter. Het verwachte pensioen bij de middelste pijl is de middelste uitkomst. 

Elk kwartaal worden de uitgangspunten voor deze 2000 toekomsten bijgewerkt, zodat ze aansluiten bij de huidige economie en wat er kan gebeuren in de toekomst. De toekomsten moeten zo realistisch mogelijk zijn. Het is wettelijk verplicht om de regels voor het berekenen van deze toekomsten te gebruiken. 

Voor de berekening van uw pensioen als het heel erg meezit en als het heel erg tegenzit kijken we dus naar drie zaken:

  • We rekenen uit wat er gebeurt als de rente sterk daalt of juist sterk stijgt.

Als de rente stijgt, levert het kapitaal voor uw pensioen meer pensioen op. In de huidige pensioenregeling betekent het ook dat we dan een grotere reserve aan moeten houden.

  • We rekenen uit wat er gebeurt als de beleggingen veel verlies of juist veel winst opleveren.

Wij beleggen de inleg voor uw pensioen. We zorgen daarbij dat we de risico’s van het beleggen zo goed mogelijk spreiden. We beleggen bijvoorbeeld een deel in aandelen en we sparen een deel. We kunnen er niet voor kiezen om alleen maar te sparen,. Alleen sparen levert niet genoeg op. Door te beleggen, zorgen we ervoor dat iedereen een stuk meer dan de inleg terug krijgt. We weten echter vooraf niet precies wat de beleggingen gaan opleveren. We kunnen een periode te maken hebben met een lage opbrengst of zelfs verliezen op de beleggingen. In het laatste geval kan het zijn dat we de pensioenen moeten verlagen.

  • We rekenen uit wat het betekent voor uw pensioen als de prijzen hard stijgen of juist dalen.

Als de prijzen stijgen, wordt uw pensioen minder waard. U kunt dan minder kopen met hetzelfde bedrag. De invloed van de prijzen op wat u later kunt kopen met uw pensioen hebben we verwerkt in de inschatting van uw pensioen mét koopkracht. U ziet dus niet het bedrag dat u straks naar verwachting ontvangt, maar een gecorrigeerd bedrag. Als de verwachting is dat de prijzen gaan stijgen, is het bedrag naar beneden bijgesteld.

De uitkomst

  • Het bedrag als het heel erg tegenzit, is de uitkomst als de opbrengst van de beleggingen lange tijd erg tegenvalt, de rente flink stijgt en de prijzen stijgen.
  • Het bedrag als het heel erg meezit, is de uitkomst als de opbrengst van de beleggingen erg meevalt, de rente daalt en er (bijna) geen inflatie is.

Mogelijke veranderingen in uw persoonlijke situatie zijn niet meegenomen bij de berekening.

Hoe groot is de kans dat ik het hoogste of laagste bedrag krijg bij de pijlen?

De bedragen bij de pijlen zijn een inschatting op dit moment. De inschatting werken we steeds bij. Op het moment dat we de berekening maakten, was er een grote kans (90%) dat het pensioen ergens tussen het hoogste en laagste bedrag uitkomt. Het is dus niet zo dat het verwachte pensioen opeens naar het laagste of hoogste bedrag springt. 

De kans was op dat moment klein (5%) dat uw pensioen op het laagste bedrag of nog lager uitkomt. En ook klein (5%) dat uw pensioen op het hoogste bedrag of nog hoger uitkomt. 

De kans was precies 50% dat het pensioen lager dan het middelste bedrag uitvalt. En dus ook 50% dat het hoger uitvalt. 

Wat betekent 'verzekerd' partnerpensioen en 'opgebouwd partnerpensioen'?

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommigen zien alleen 'verzekerd partnerpensioen' staan, anderen ook 'opgebouwd partnerpensioen' als het om de bedragen in de oude pensioenregeling gaat.

Het kan zijn dat u in het verleden bij een ander pensioenfonds naast pensioen voor uzelf ook een uitkering voor uw partner had opgebouwd. Als u dit pensioen heeft meegenomen naar Pensioenfonds Zuivel, zit u dit pensioen in de berekening staan. Het kan ook zijn dat u in het verleden een deel van het pensioen voor uzelf heeft omgezet in een partnerpensioen. Bij de overstap naar de nieuwe pensioenregeling, blijft dit partnerpensioen staan. We zetten het wel om naar een kapitaal dat we beleggen. Overlijdt u voor uw pensioen is ingegaan, dan levert dit kapitaal een uitkering op voor uw partner. Gaat u met pensioen, dan voegen we dit kapitaal toe aan het kapitaal voor uzelf. 

Gaat u uit dienst, dan vervalt na 6 maanden het verzekerde partnerpensioen dat bij de nieuwe pensioenregeling hoort. Het deel dat is omgezet vanuit de oude pensioenregeling blijft staan.

Neemt u uw pensioen mee naar een ander pensioenfonds? Dan is het geen apart partnerpensioen meer. Het kapitaal voor het partnerpensioen wordt dan toegevoegd aan uw kapitaal voor eigen pensioen.  

 

 

Hoe zit het met het partnerpensioen als ik met pensioen ben in de oude en nieuwe pensioenregeling?

In de oude pensioenregeling kon u bij pensioneren ervoor kiezen een deel van uw eigen pensioen te gebruiken voor een partnerpensioen. Eén euro pensioen voor uzelf leverde ongeveer 3 tot 4 euro partnerpensioen op. Het partnerpensioen keren we gemiddeld namelijk veel korter uit dan het ‘gewone pensioen’. Hoeveel een euro pensioen precies aan partnerpensioen oplevert, hangt af van het moment waarop u het pensioen liet ingaan en overlijdt.

Bij de bedragen die bij de oude pensioenregeling horen, hebben we geen deel van het eigen pensioen afgesplitst voor een partnerpensioen (dat ingaat als u overlijdt terwijl u met pensioen bent). Had u een partnerpensioen gewild dat 70% is van uw eigen pensioen? Dan valt het pensioen voor uzelf in de oude pensioenregeling ongeveer 15-20% lager uit. 

In de nieuwe pensioenregeling zijn we ervan uitgegaan dat u een deel van uw kapitaal gebruikt voor een partnerpensioen na pensioneren (dat 70% is van het pensioen voor uzelf). U kunt op het moment dat u uw pensioen laat ingaan ook kiezen voor een ander percentage of geen partnerpensioen. 

Het was op helaas niet mogelijk om de berekening op dit punt beter vergelijkbaar te maken. 

Had u in de oude pensioenregeling een 'opgebouwd partnerpensioen'?

Dan staat er op het overzicht bij de oude pensioenregeling wel een partnerpensioen na pensioneren. We hebben dit partnerpensioen omgezet naar een kapitaal in de nieuwe regeling. Als u overlijdt gebruiken we dat kapitaal voor het aankopen van een partnerpensioen. Dit is een extra partnerpensioen, boven op het verzekerde partnerpensioen volgens de nieuwe pensioenregeling. 

 

Wat betekenen de bedragen '10 jaar na ingang'?

Elk pensioenfonds moet (wettelijk verplicht) een inschatting maken van het pensioen 10 jaar nadat het is ingegaan. We weten niet wanneer u het pensioen wil laten ingaan. Daarom rekenen we met de reglementaire pensioenleeftijd van 68 jaar.  

Het plaatje laat zien in hoeverre het pensioen naar verwachting ‘koopkrachtig’ is. De bedragen tonen het pensioen mét koopkracht. Is het bedrag bovenaan hoger dan het bedrag onderaan? Dan stijgt het pensioen naar verwachting harder dan de prijzen in de toekomst gaan stijgen.

Is het bedrag bovenaan lager dan het bedrag onderaan? Dan stijgen de prijzen naar verwachting harder dan uw pensioen. Het pensioen kan dan dus wel omhooggaan in de 10 jaar, maar de prijzen gaan dan naar verwachting harder omhoog. 

Wat is het 'pensioengevend salaris' en de 'pensioengrondslag'?

Het pensioengevend salaris is het salaris dat de basis is voor uw pensioen. 

Een deel van dit salaris telt niet mee voor het berekenen van de inleg. Dit deel heet 'de franchise'. 

Het deel dat overblijft, noemen we de 'pensioengrondslag'. De inleg voor uw pensioen is een percentage van de pensioengrondslag. 

Link naar plek waar actuele informatie staat 

 

Waardoor zijn de bedragen in de nieuwe pensioenregeling anders?

We leggen hier de belangrijkste factoren uit die voor een verschil zorgen tussen de bedragen in de oude pensioenregeling en de nieuwe pensioenregeling.

Oorzaak 1:         We verdelen het vermogen dat het pensioenfonds beheert.

Bij de start verdelen we het totale vermogen dat Pensioenfonds Zuivel voor iedereen met een pensioen bij Pensioenfonds Zuivel beheert. Iedereen krijgt een kapitaal voor pensioen. Dat kapitaal levert vanaf het moment dat u uw pensioen laat ingaan een pensioen op, zo lang u leeft.

Het kapitaal waarmee u start baseren we op de waarde van het pensioen dat u op 31 december 2025 had heeft opgebouwd of al ontvangt. Het kan verder verhoogd of verlaagd worden afhankelijk van de dekkingsgraad op het moment dat we overstappen. De dekkingsgraad is een percentage dat aangeeft wat de verhouding is tussen de verplichtingen van het pensioenfonds (de pensioenen die we nu en in de toekomst moeten uitbetalen) en de bezittingen (de waarde van de beleggingen). De rente speelt ook een belangrijke rol: die is van invloed op de hoogte van de verplichtingen. Hoe hoger de rente, hoe lager het bedrag waarmee we moeten rekenen als ‘verplichting’.

Dit is het gevolg: 

  • Omdat er meer geld was dan de waarde van alle pensioen bij elkaar, heeft u er geld bijgekregen.  Bovenop de waarde van het pensioen dat u tot 1 januari 2026 heeft opgebouwd of al ontving. Uw (verwachte) pensioen valt daardoor hoger uit.

Oorzaak 2: Er is geen maximum meer als we de opbrengst van de beleggingen verdelen.

Elke maand verdelen we de opbrengst van de beleggingen. Gaat het goed? Dan krijgt u er geld bij voor uw pensioen. In de oude pensioenregeling was de verhoging van uw pensioen gemaximeerd. In de nieuwe pensioenregeling is de opbouw van het kapitaal voor uw pensioen en de verhoging van de pensioenen die al zijn ingegaan niet meer gemaximeerd. Dat betekent dat het kapitaal voor uw pensioen (en dus ook uw verwachte pensioen) flink kan groeien als het goed gaat.

Bent u nog jong? Dan ziet u dit effect extra sterk bij het pensioen ‘als het heel erg meezit’. Houd er rekening mee dat de kans klein is dat u dit bedrag krijgt. Het is de uitkomst in de situatie dat de beleggingen lange tijd heel veel opbrengen en de rente laag is.

Oorzaak 3:         Kleinere reserve 

Er gaat een kleiner deel van de opbrengst van de beleggingen naar de reserve. Dat betekent dat er meer geld beschikbaar is om te verdelen over iedereen met een pensioen bij Pensioenfonds Zuivel als het goed gaat met de beleggingen.

In de nieuwe pensioenregeling is de reserve alleen nog bedoeld om de pensioenen die we uitbetalen te beschermen. Heeft u uw pensioen nog niet laten ingaan en zit het erg tegen? Dan kunnen we dat niet meer opvangen met de reserve.