Opbouw pensioen in 2022

In het jaar 2021 is de rekenrente voor pensioenfondsen iets gestegen. Dat betekent dat de kostprijs van pensioen is gedaald. Immers, bij een hoge(re) rente is de verwachting over toekomstige rendementen ook hoger. Een pensioenfonds hoeft dan (iets) minder geld te hebben om de (toekomstige) uitkeringen te betalen.

Onze dekkingsgraad in 2021 is ook toegenomen
Dat komt enerzijds door de gestegen rente maar ook door de rendementen op aandelen. Ook het jaar 2021 is ondanks de coronacrisis toch weer een prima jaar geweest voor de aandelenportefeuille van ons pensioenfonds.

Geen korting van opgebouwde pensioenen
Onze dekkingsgraad is inmiddels hoger dat de minimaal vereiste dekkingsgraad. We zijn dus bezig om weer financieel gezond te worden en op termijn mogelijk te kunnen indexeren, maar ook om toekomstige klappen op de beurs op te kunnen vangen. De dekkingsgraad is echter nog niet zo hoog dat we aan de vereiste dekkingsgraad voldoen. Dat betekent dat we weer een herstelplan moeten indienen bij De Nederlandsche Bank. Een korting op de opgebouwde pensioenen zal daar gelukkig geen onderdeel van hoeven zijn.

Geen toeslag per 1 januari 2022
Er wordt per 1 januari 2022 geen toeslag verleend. De beleidsdekkingsgraad per eind december 2022 moet minimaal 110% zijn om een toeslag mogelijk te maken, en dat is helaas niet het geval.

Pensioenopbouw en premie in 2022

Het opbouwpercentage wordt verhoogd
Er is wel ander goed nieuws te melden. Vorig jaar hebben de het opbouwpercentage moeten verlagen . Door de stijging van de rente kunnen we dat nu voor een deel terugdraaien. Met ingang van 1 januari 2022 zal het opbouwpercentage 1,30% zijn in plaats van 1,25%. Het opbouwpercentage bepaalt hoeveel ouderdomspensioen u kunt opbouwen over het salaris dat u verdient. U gaat dus meer ouderdomspensioen opbouwen voor de pensioenpremie die u betaalt.

Pensioenpremie blijft gelijk
Eind 2021 zijn de Zuivel cao’s definitief geworden. Onderdeel van deze CAO’s zijn de afspraken over pensioen. De pensioenpremie blijft tot 2026 gelijk. Voor de periode daarna is afgesproken dat de premie stijgt. Voor de komende 5 jaar blijven de werkgever(s) en de werknemer(s) dus even veel betalen aan BPZ als in 2021.

Het nabestaandenpensioen blijft gelijk
Als u tijdens uw dienstverband komt te overlijden dan is er geen wijziging in de verzekering van het nabestaandenpensioen. De dekking voor het partner- en wezenpensioen blijft namelijk gelijk en wordt dus niet verlaagd. Dit betekent dat er bij overlijden 1,3125% per (toekomstig) deelnemersjaar verzekerd is voor het partnerpensioen.

Bijsparen voor later?
Het is verstandig om na te gaan of u voldoende pensioen op zult bouwen. Op de pagina Bijsparen voor later leest u hierover meer.