Opbouw 2021

In het jaar 2020 is de rekenrente voor pensioenfondsen helaas weer verder gedaald. Dat betekent dat de kostprijs van pensioen is gestegen. Immers, bij een lage rente is de verwachting over toekomstige rendementen ook laag. Dus moet een pensioenfonds dan meer geld hebben om de (toekomstige) uitkeringen te betalen.

Toch is onze dekkingsgraad in 2020 redelijk op peil gebleven. Dat komt door de rendementen op aandelen. Het jaar 2020 is ondanks de coronacrisis toch weer een prima jaar geweest voor de aandelen portefeuille van ons pensioenfonds.

Geen korting van opgebouwde pensioenen
Onze dekkingsgraad is nog steeds te laag. We moeten weer financieel gezond worden om te kunnen indexeren, maar ook om toekomstige klappen op de beurs op te kunnen vangen. Dat betekent dat we weer een herstelplan moeten indienen bij De Nederlandsche Bank. Een korting op de opgebouwde pensioenen zal daar gelukkig geen onderdeel van hoeven zijn.

Geen toeslag per 1 januari 2021
Er wordt per 1 januari 2021 geen toeslag verleend. De dekkingsgraad moet eind december 2020 minimaal 110% zijn om een toeslag mogelijk te maken, en dat was helaas niet het geval.

Pensioenopbouw en premie in 2021
Toch moeten we helaas wel maatregelen nemen. Wij willen ook in de toekomst graag een gezonde pensioenregeling. Bij een stijgende prijs zijn er 2 mogelijkheden: meer betalen of minder afnemen.

  • Pensioenpremie blijft gelijk
    In 2020 is de pensioen cao uit 2015 verlengd naar 31 december 2020. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over het jaar 2021. Dit betekent dat de bestaande premie afspraken ook gelden voor het jaar 2021 en verder. De pensioenpremie blijft in 2021 dus gelijk, en de werkgever en de werknemer blijven dus even veel betalen aan BPZ als in 2020.
  • Het opbouwpercentage wordt verlaagd
    Bij een gelijkblijvende premie kunnen wij niet anders dan de pensioenopbouw verlagen. Per 1 januari 2021 gaat het opbouwpercentage omlaag naar 1,25% (dit was 1,35% in 2020). Het opbouwpercentage bepaalt hoeveel ouderdomspensioen u kunt opbouwen over het salaris dat u verdient. U gaat dus minder ouderdomspensioen opbouwen voor de pensioenpremie die u betaalt.
  • Het nabestaandenpensioen blijft gelijk
    Als u tijdens uw dienstverband komt te overlijden dan is er geen wijziging in de verzekering van het nabestaandenpensioen. De dekking voor het partner- en wezenpensioen blijft namelijk gelijk en wordt dus niet verlaagd. Dit betekent dat er bij overlijden 1,3125% per (toekomstig) deelnemersjaar verzekerd is voor het partnerpensioen.

Bijsparen voor later?
Het is verstandig om na te gaan of u voldoende pensioen op zult bouwen. Op de pagina Bijsparen voor later leest u hierover meer.