Wettelijke pensioenrichtleeftijd blijft voorlopig 68 jaar

Minister Koolmees heeft afgelopen zomer een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de toekomstige stijging van de AOW-leeftijd en de ‘pensioenrichtleeftijd’ wordt aangepast. De pensioenrichtleeftijd is momenteel 68 jaar. Het wetsvoorstel is onderdeel van de afspraken uit het landelijke Pensioenakkoord.

Afhankelijkheid van levensverwachting aangepast
Nu is het nog zo dat als de levensverwachting 1 jaar stijgt, dat dan ook de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd met 1 jaar stijgen. Met dit wetsvoorstel zullen de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd vanaf 2025 met 8 maanden stijgen in plaats van 1 jaar voor ieder extra jaar stijging van de levensverwachting. Volgens de huidige regels zou de pensioenrichtleeftijd in 2029 naar 69 jaar gaan, maar met de nieuwe wetgeving gebeurt dit pas in 2047.

AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd pensioenfonds kunnen verschillen
Het verschil tussen de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd blijft voorlopig wel bestaan. De AOW-leeftijd is afhankelijk van de geboortedatum en bedraagt momenteel 66 jaar en 4 maanden. Deze stijgt langzaam verder naar 67 jaar in 2024.

Pensioen pensioenfonds kan eerder ingaan
Bij BPZ is vervroeging van de pensioendatum overigens gewoon mogelijk. Kijk voor meer informatie op deze website of in het pensioenreglement. Of neem contact met ons op als u vragen heeft over de flexibiliseringsmogelijkheden.