Pensioenakkoord

Er is een Pensioenakkoord gesloten, en dat is goed nieuws. De afspraken zijn nog niet definitief. De leden van de vakbonden moeten er nog over stemmen. En de voorstellen moeten na hun instemming nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen.

AOW-leeftijd minder snel omhoog
De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog en blijft tot en met 2021 op 66 jaar en 4 maanden. Daarna gaat de AOW-leeftijd in stappen omhoog tot 67 jaar in 2024. Na 2024 gaat de verhoging door, maar minder snel.

Boete op eerder stoppen met werken wordt versoepeld
De boete op regelingen die vervroegde uittreding mogelijk maken wordt tijdelijk versoepeld. Voor werknemers in de lagere inkomenscategorieën wordt een vervroegde uittredingsregeling daarmee fiscaal minder ontmoedigd.

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers
De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering van zzp’ers kunnen wij begrijpen. Collectiviteit en schaal helpen om de premie betaalbaar te houden. Risico’s die je als eenling niet kunt dragen, kun je beter collectief verzekeren.

Pensioen
Met betrekking tot pensioen vallen ons de volgende zaken op:

  • Er komt meer flexibiliteit in de opname van pensioengelden. Dat is goed voor de deelnemers. Zij kunnen op de pensioendatum 10% van de waarde van hun ouderdomspensioen opnemen. Dat kan handig zijn voor bijvoorbeeld de aflossing van een hypotheek of voor andere mooie doeleinden. Ook de wens om een deel van de premie tijdens de opbouwperiode al in te zetten voor de financiering van een studieschuld of hypotheek is begrijpelijk. Een starter op de arbeidsmarkt zit vaak in een ‘dure’ periode met bijvoorbeeld het kopen van een huis en kinderen.
  • De doorsneepremie wordt afgeschaft en iedere deelnemer in een pensioenregeling krijgt dezelfde procentuele inleg. Nu is de premie voor jongere deelnemers lager dan voor oudere deelnemers. Dat is logisch vanwege de beleggingshorizon. 30 jaar beleggen levert naar verwachting immers meer op dan 5 jaar beleggen. De inleg voor een jongere deelnemer kan daardoor lager zijn dan voor een oudere deelnemer, terwijl beiden toch hetzelfde eindbedrag sparen. Straks leggen de jongere en oudere deelnemer hetzelfde bedrag in (bij hetzelfde salaris). Bij deze methodiek spaart de jongere aan het begin dus meer en aan het eind minder. Per saldo levert het toch hetzelfde pensioen op.
  • Er komen twee nieuwe type pensioenafspraken. Hierbij lijkt een variant sterk op de huidige pensioenregeling. Namelijk een soort van middelloonregeling waarbij de premie wordt benut voor de aankoop van pensioen. Dit pensioen wordt net als nu collectief belegd. Alleen zal er in deze variant eerder geïndexeerd worden, maar ook eerder gekort. Er hoeven namelijk geen buffers meer aangehouden te worden. Het streven in deze variant is een dekkingsgraad van 100%, waarbij tekorten en overschotten over een periode van (maximaal) 10 jaar worden verrekend. In de andere variant van de pensioenregeling wordt de premie belegd voor de deelnemer. Dit lijkt sterk op de huidige beschikbare premieregelingen met doorbeleggen tijdens pensionering. Ook hierin zitten collectieve elementen van risicodeling.
  • De beleggingen in beide type pensioenafspraken kunnen meer worden meer afgestemd op het individu. Dat is al het geval in de huidige beschikbare premieregelingen, en zou straks ook mogelijk moeten zijn in de eerste bovengenoemde variant.
  • Kortingen kunnen worden uitgesteld is de boodschap uit het pensioenakkoord. Dit geldt per direct als het pensioenakkoord wordt overgenomen en in wetgeving wordt verankerd vóór eind 2019. Nu is het zo dat pensioenfondsen een beleidsdekkingsgraad van ongeveer 105% nodig hebben. Bij een lagere dekkingsgraad moet er (als het herstel na 5 jaar nog niet is gekomen) gekort worden. Voor veel fondsen is 2021 het moment van de waarheid en zal er bij de huidige rentestand gekort moeten worden. In het Pensioenakkoord ligt de grens dus bij 100%. Daardoor kan een korting worden voorkomen of worden beperkt.

De vraag is natuurlijk wat dit concreet voor u en ons fonds betekent. Op korte termijn het volgende:

  • Door de bevriezing van de AOW-leeftijd in 2020 en 2021 en lagere toekomstige stijging van de AOW-leeftijd kunt u eerder met pensioen. Bij BPZ kunt u op de AOW-leeftijd uw pensioen in laten gaan door de pensioendatum te vervroegen. Het pensioen dat u elk jaar ontvangt, wordt daardoor wel lager.
  • Op korte termijn zullen kortingen bij pensioenfondsen lager worden door de nieuwe 100% norm. De rente is echter in 2019 fors gedaald, zodat veel fondsen nog steeds zullen moeten korten tot die nieuwe 100% norm. De beleidsdekkingsgraad van BPZ zit nu boven de 100% zodat deze maatregel nog niet van toepassing is.

Met betrekking tot de doorsneepremie en de twee nieuwe type pensioenafspraken moeten nog heel veel zaken worden uitgewerkt. Het kabinet is voornemens om het nieuwe stelsel vanaf 2022 in te laten gaan. Dit betekent dat de pensioenregeling hierdoor de komende jaren nog niet verandert. Het is aan de sociale partners om dit uit te werken. Sociale partners in de Zuivel zijn met elkaar in gesprek over een aanpassing van de pensioenregeling per 1 januari 2020. Hierbij heeft het bestuur van BPZ aan sociale partners gevraagd om rekening te houden met de huidige lage rente. De rente is in 2019 fors verder gedaald, waardoor de kostprijs van pensioen fors is gestegen. Anders verwoord, eigenlijk moet de premie omhoog.

Rekenrente
Tegelijk is er een ander pensioendossier voor minister Koolmees. Iedere 5 jaar worden de parameters geëvalueerd waarmee de pensioenfondsen in Nederland mogen rekenen. Dit zijn de maximaal aan te houden rendementen maar ook de rekenrente, de zogenoemde UFR. Door de stevige daling van de rente in 2019 is zeker de vaststelling van de rekenrente voor pensioenfondsen heel belangrijk geworden. Op 11 juni jl. heeft minister Koolmees besloten om deze rekenrente meer bij de marktrente aan te laten sluiten. Dit betekent dat de rekenrente daalt. De nieuwe rekenrente geldt vanaf 2021. Hopelijk ligt deze tegen die tijd hoger, anders zullen de dekkingsgraden van de pensioenfondsen in Nederland verder dalen.