Waarin belegt BPZ?

Het grootste deel van het vermogen van BPZ is belegd in de matching portefeuille die ten doel heeft het risico dat de dekkingsgraad daalt door een rentedaling grotendeels af te dekken. De rest is belegd in de return portefeuille. Deze portefeuille heeft als doel om rendement te maken.

De strategische beleggingsmix van BPZ staat in de tabel hieronder. De feitelijke beleggingsmix kan hier iets van afwijken. Daarnaast zijn de vermogensbeheerder en de fondsnaam weergegeven. Voor meer details wordt bij de fondsnaam doorgelinkt naar het product.

Vanaf 1 januari 2021 ziet de beleggingsmix van BPZ er als volgt uit:

Categorie Strategisch wegingspercentage Vermogens-beheerder Fondsnaam
Matching portefeuille 60%
LDI fondsen 34,5% BNP Paribas BNP Paribas LDI SOLUTION - Duration Matching
(Staats)obligaties 10,5% BNP Paribas Individuele staatsleningen
Staatsobligaties AAA en obligaties staatsgegarandeerd 6% BNP Paribas Individuele staatsleningen
Nederlandse Hypotheken 9% AEGON AeAM Dutch Mortgage Fund en AeAM Dutch Mortgage Fund 2
Return portefeuille 40%
Aandelen wereldwijd ontwikkelde markten 30% BNP Paribas Via een passief mandaat waarin de MSCI World SRI wordt gerepliceerd
Aandelen opkomende markten 4% UBS UBS ETF (LU) MSCI Emerging Markets Social Responsible UCITS (LU1048313891). Deze ETF repliceert de MSCI EM SRI 5% Insurer Capped Index.
Obligaties Opkomende Markten (lokale valuta) 3% State Street Global Advisors SPDR® Bloomberg Barclays Emerging Markets Local Bond UCITS ETF
Obligaties Opkomende Markten (harde valuta) 3% BlackRock iShares Emerging Markets Government Bond Index Fund (LU)

Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR)
Per 10 maart 2021 zijn de Europese SFDR in werking getreden. SFDR staat voor Sustainable Finance Disclosure Regulation. Dit is een onderdeel van de European Green Deal, een reeks beleidsinitiatieven van de Europese Commissie met als overkoepelende doelstelling om Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken, en daarmee het eerste klimaat neutrale continent te worden. De SFDR is ook van toepassing op Nederlandse pensioenfondsen. Belangrijk hierin zijn regels om het zogenoemde ‘greenwashing’ tegen te gaan. In dat kader moeten ook pensioenfondsen bepaalde verklaringen afleggen over hoe zij duurzaamheidsrisico's meewegen in hun beleggingsbeleid en hoe zij controles uitvoeren of gestelde duurzaamheidsdoelen worden bereikt.

De SFDR wetgeving vraagt pensioenfondsen een keuze te maken over hoe zij hun pensioenproduct positioneren. Hierin kiest BPZ vooralsnog om het pensioenproduct te positioneren als "overig product". BPZ kiest hiervoor omdat de wettelijke rapportageverplichtingen, zoals benoemd in artikel 8 van de SFDR wetgeving, nog niet duidelijk zijn en omdat BPZ momenteel nog bezig is met de uitwerking van het ESG-beleid. In een later stadium kan BPZ haar keuze heroverwegen.

BPZ houdt zich bij het uitsluitingenbeleid aan de Nederlandse wet, die beleggen in bedrijven die betrokken zijn bij de productie van of handel in clusterbommen en anti-persoonsmijnen verbiedt. De wet maakt een uitzondering voor beleggingen die passief in indexfondsen worden gedaan omdat daar een uitsluitingsbeleid niet altijd mogelijk is. Daarnaast volgt BPZ voor haar aandelenbelegging twee MSCI SRI indices, die consistent te zijn met internationale normen die worden vertegenwoordigd door de VN-verklaring van de rechten van de mens, de ILO-verklaring over fundamentele beginselen en rechten op het werk en het UN Global Compact.

BPZ is van mening dat het niet de strekking van de wetgeving is om partijen de mogelijkheid te ontnemen om op een minder uitgebreid niveau (d.w.z. zonder rapportage over een groot palet aan indicatoren) aan due diligence te doen. Anders ondervindt een pensioenfonds dat op eigen initiatief aan due diligence doet daar forse nadelen van door middel van verplichte additionele, arbeidsintensieve en dure rapportages welke nu niet passen in de opzet van BPZ. Deze mening wordt ondersteund door de AFM die in haar sectorbrief van 16 december 2020 laat weten dat pensioenfondsen rekening mogen houden met de omvang, aard en complexiteit van haar activiteiten en producten. Verder laat de AFM weten dat een positieve verklaring een wezenlijke impact zou hebben op de rapportageplicht van het fonds.

Op de tweede plaats is BPZ van mening dat het momenteel moeilijk te bepalen is of het fonds de ‘belangrijkste ongunstige effecten’ in aanmerking neemt zoals bedoeld onder SFDR, zolang de RTS (‘regulatory technical standards’) nog niet definitief is gepubliceerd. Op het moment van opstellen van deze verklaring ontbreekt de definitieve secundaire wetgeving inzake SFDR, de RTS, nog. De Europese Toezichthouders hebben op 4 februari 2021 een conceptversie van de RTS naar de Europese Commissie gestuurd. De definitieve versie zal naar verwachting pas in de zomer van 2021 gepubliceerd worden en op zijn vroegst per 1 januari 2022 in werking treden.

Om bovenstaande redenen zal BPZ in ieder geval tot de officiële publicatie van de RTS gebruik maken van de opt-out mogelijkheid om over een groot palet aan indicatoren aan due diligence te doen. Hiermee houdt BPZ houdt geen rekening met de belangrijkste ongunstige effecten in de zin van artikel 4 van de Informatieverschaffingsverordening en de nog te verschijnen secundaire wetgeving van de SFDR. Het fonds zal dus geen indicatoren over ongunstige effecten rapporteren (wanneer de Regulatory Technical Standard (RTS) in werking treedt). BPZ weet nog niet of het in de toekomst wel zal verklaren dat de belangrijkste ongunstige effecten worden meegewogen in de beleggingsbeslissingen. Dit zal onder andere afhankelijk zijn van de definitieve RTS en de mate waarin de vermogensbeheerders van BPZ kunnen ondersteunen bij de rapportagevereisten.

BPZ blijft ondertussen doorgaan met de uitvoering van en ontwikkeling van haar Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB)-beleid.

Wilt u meer over ons beleggingsbeleid weten? Lees dan onze Verklaring beleggingsbeginselen (pdf).