Diversiteitsbeleid

BPZ vindt het belangrijk dat de fondsorganen zoveel mogelijk complementair zijn samengesteld. Het bestuur onderkent dat het, om optimaal te functioneren, een verscheidenheid aan vaardigheden en zienswijzen nodig heeft.

Code Pensioenfondsen
In de Code Pensioenfondsen is opgenomen dat het diversiteitsbeleid vorm krijgt als een groeimodel waarin concrete doelen gesteld worden die binnen haalbare termijnen bereikt kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld rekening gehouden worden met zittingstermijnen. Jaarlijks rapporteert het bestuur via het jaarverslag over de naleving van de Code Pensioenfondsen.

Uitwerking diversiteitsbeleid
Het bestuur wil bij het uitwerken van het diversiteitsbeleid een onderscheid maken tussen de doelen die op de korte termijn realiseerbaar zijn en de gewenste situatie op de langere termijn. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de diverse fondsorganen.

Samenstelling bestuur
In de Code Pensioenfondsen is opgenomen dat in het bestuur ten minste één lid onder de 40 jaar zitting heeft. BPZ kent het zogenoemde onafhankelijke bestuursmodel en het bestaat uit drie leden. Hierin is BPZ anders dan veel andere fondsen met het paritaire model welke meestal veel meer leden kennen. Gezien het bestuursmodel worden aan bestuurders binnen BPZ vanaf aanvang hoge deskundigheidseisen gesteld. Dat kan het voor bestuurders onder de 40 jaar lastiger maken om bij BPZ te starten. Op dit moment heeft BPZ geen bestuurder onder de 40 jaar. Bij de vervulling van vacatures wordt niet expliciet geworven op kandidaten onder de 40 jaar; bij gelijke geschiktheid zullen kandidaten uit deze groep evenwel de voorkeur genieten.

Het bestuur acht het van belang dat er minimaal 1 man en 1 vrouw in het bestuur zitten. Op dit moment is dat het geval.

Samenstelling Belanghebbendenorgaan
De leden van het belanghebbendenorgaan worden door de sociale partners benoemd. BPZ is een vrijwillig bedrijfstakpensioenfonds. De aangesloten werkgevers zijn bij cao verplicht zich aan te sluiten bij het fonds. Daarnaast zijn enkele kleinere werkgevers vrijwillig aangesloten die de pensioenregeling uit de pensioen-cao wensen te volgen. Het belanghebbendenorgaan kent 3 werkgevers- en 3 werknemersleden. De aangesloten werkgevers hebben de onderlinge afspraak dat van de drie werkgeverszetels er één voor de grote werkgevers is, één voor de middelgrote en één voor de kleinere werkgevers. Hiermee wordt bewerkstelligd dat alle werkgevers zich vertegenwoordigd moeten voelen in het belanghebbendenorgaan. Voor wat betreft de vertegenwoordigers van de deelnemers doen de drie vakorganisaties FNV, CNV en De Unie een gezamenlijke voordracht. 
Ook voor het belanghebbendenorgaan beschrijft de Code Pensioenfondsen dat er minimaal één persoon onder de 40 jaar zitting moet hebben en moet er sprake zijn van variatie in geslacht of genderidentiteit en sociaal-culturele achtergrond. Op dit moment zijn er geen vrouwelijke leden en geen leden onder de 40 jaar in het belanghebbendenorgaan.
Gelet op voorgaande ziet het bestuur haar taak in het wijzen van sociale partners op het belang van een evenwichtige samenstelling binnen het belanghebbendenorgaan. Bij vacatures binnen het belanghebbendenorgaan zal het bestuur sociale partners wijzen op het belang hiervan, en partijen oproepen om daarbij ook vooral aan ‘jonge’ en vrouwelijke deelnemers te denken.

Op dit moment zijn de gepensioneerden nog niet vertegenwoordigd binnen het belanghebbendenorgaan. Het aantal pensioengerechtigden ten opzichte van de actieve deelnemers is nog beperkt. Binnen enkele jaren hebben zij evenwel recht op een zetel in het belanghebbendenorgaan. Het bestuur zal de voordragende partijen alsmede het belanghebbendenorgaan hierop wijzen omdat dan de zetelverdeling wijzigt (of een werkgeversvertegenwoordiger extra of een deelnemersvertegenwoordiger minder), en tijdig verkiezingen uitschrijven onder de pensioengerechtigden.

Samenstelling Raad van Toezicht
Als doel wordt gesteld dat in de Raad ten minste 1 vrouw zitting heeft. Sinds de start van het fonds is dit ook het geval. 
Daarnaast streeft het bestuur naar een evenwichtige leeftijdssamenstelling van de Raad. Bij de vervulling van vacatures wordt hier echter niet expliciet op geworven; bij gelijke geschiktheid zullen kandidaten uit deze groep evenwel de voorkeur genieten, voor zover de samenstelling daarom vraagt.